Toelating Deel B | Opdrachten DBKV

ALGEMENE OPDRACHTEN 

Deze opdrachten kunnen gebruikt worden voor elke studierichting (major) en je mag elke techniek of medium gebruiken. Houd er rekening mee dat we wel je interesse en kwaliteiten in een specifiek vakgebied willen zien. (Bijvoorbeeld bewegend beeld en geluid voor Audiovisueel, 3D-werk voor Mode, Product en Ruimtelijk Ontwerpen, storytelling voor Animatie en Illustratie, foto's voor Fotografie, enzovoort.) Als je dit nog niet kunt laten zien in je portfolio, raden we je aan om bij minimaal één van de opdrachten die je uitwerkt te focussen op dit vakgebied. 

We verwachten niet dat je(technisch) perfecte producten aflevert. Deze opdrachten zijn bedoeld om jou en je manier van werken beter te leren kennen. De opdrachten geven je de kans geven om te laten zien wat jou boeit en inspireert: wie jij bent. We zijn benieuwd naar hoe jij naar de onderwerpen kijkt, hoe je je ideen ontwikkelt en vormgeeft. Dat proces is net zo belangrijk als het eindresultaat, dus grijp de kans om diep in het creatief proces te duiken. 

Bekijk hieronder een video over het creatief proces door WdKA studenten. 

 

1.Reboot 

We kennen reboots voornamelijk van films, waarbij een oude klassieker in een nieuw modern jasje wordt gestoken. Dit is toepasbaar op meerdere disciplines. 

Kies een kunstwerk, designstuk, of architectuur gemaakt voor 1950 en maak hier een reboot van. 

Onderzoek zoveel mogelijk over je gekozen werk. Gebruik dit onderzoek als basis. 

Creëer een eigen modern werk gebaseerd op het onderzoek naar je gekozen werk. Geef ons drie varianten en beantwoord de volgende vragen: Welke variant is je favoriet en leg uit waarom? Je mag gebruikmaken van alle media, technieken en materialen (2D, 3D, kleding, bewegend beeld, performance, etc.). 

  • Onderzoek je gekozen werk. 
  • Visualiseer je ideeën in verschillende media, technieken, vormen en materialen. 
  • Documenteer je proces zodat de stappen zichtbaar zijn. 

Vragen die je jezelf kunt stellen tijdens het maakproces: Wat is de betekenis achter het gekozen werk? Zat er een bepaalde methode of ideologie achter? Tot welke stroming/genre behoort het? Is er een specifieke techniek gebruikt? Wat was het effect van dit werk op de omgeving? Kan je een 2D werk vertalen naar 3D of bewegend beeld en andersom? Moet je hetzelfde medium gebruiken, of kan je iets compleet anders gebruiken? Wat is jouw eigen perspectief op het werk? Hoe plaats je het in het nu? 

Je kunt inspiratie halen uit: alle vormen van kunst, design en architectuur, advertising, enzovoort. 

2.Gedicht 

Gedichten zijn er in verschillende vormen en kunnen over van alles gaan. Kies een gedicht en maak hier een visueel werk bij. 

Wat betekent het gedicht? Hoe letterlijk moet of kun je het nemen wat zie jij er zelf in dat je aanspreekt? Kun je iets bedenken dat verder dan de woorden in het gedicht reikt en ook vertelt hoe jij het gedicht begrijpt? Je mag gebruik maken van alle media, technieken en materialen. (2D, 3D, kleding, bewegend beeld, performance etc.) Maak drie varianten. Leg uit w elke je favoriet en waarom. 

  • Onderzoek het gedicht 
  • Visualiseer je ideeen 
  • Documenteer je proces zodat de stappen zichtbaar zijn. 

Vragen die je jezelf kunt stellen tijdens het maakproces: Hoe letterlijk je de tekst nemen? Zie je woorden gebruikt worden op een bijzondere manier of bijzondere woorden? Wat is de betekenis achter het gekozen werk? Hoe begrijp jij het gedicht Waarom kies je voor dit gedicht? Wat roept dit gedicht bij je op? Kun je dat verbeelden? 

3.Activisme 

De wereld is altijd in beweging. We leven in een turbulente wereld vol met maatschappelijke, culturele en sociale ontwikkelingen. Waar sta jij? Waar ben je het niet mee eens? Hoe moet het anders? 

Visualiseer jouw visie. 

Waarom is dit een belangrijk onderwerp voor jou? Wat denk je dat er moet gebeuren om het te veranderen? Dit kan een groot maatschappelijk onderwerp zijn, maar ook een persoonlijk, kleiner thema. Alles kan en mag (binnen respectvolle waarden). Wat voor vorm je activisme krijgt mag je zelf bepalen. Zolang jouw perspectief op het onderwerp maar duidelijk wordt en aandacht trekt. Alle technieken en media zijn toegestaan (2D, 3D, kleding, bewegend beeld, performance etc.) 

  • Visualiseer je ideeen. 
  • Stel jezelf de vraag aan wie en waar je het werk wilt presenteren. 
  • Documenteer je proces zodat de stappen zichtbaar zijn. 

4. Ik, mezelf en anderen.

Wie ben ik? Wie ben jij? Hoe verhoud jij je tot de wereld? Weten we eigenlijk wel wie we zijn?  

Creëer een drieluik over wie jij bent en wilt zijn. 

Deel 1 – jezelf in relatie tot je zelfbeeld. Wat vind je van jezelf? Wie zie je als je in de spiegel kijkt? Visualiseer wie je bent. Geef vorm aan je persoonlijkheid/identiteit. 

Deel 2 – jezelf in relatie tot anderen. Wat zegt jouw sociale kring over jou? De mensen waar je mee omgaat? De mensen met wie je graag tijd doorbrengt? Kijk naar je (gekozen) familie en visualiseer wat deze groep mensen zegt over jou. Wat leer je over jezelf kennen door de mensen met wie je het liefst tijd doorbrengt? 

Deel 3 – jezelf in relatie tot je wensbeeld. Hoe zou je willen zijn of worden? Hoe hoop je over 10 jaar naar jezelf te kijken? Hoe hoop je dat andere mensen je zien? Breng dit in beeld. 

We vragen niet om zelfportretten, maar om verbeelding van je persoonlijkheid en identiteit. Hoe kan je dat visualiseren? Kies je ervoor om de drie werken in hetzelfde medium en techniek uit te voeren, of hoort bij elk van die verbeeldingen een ander medium? Alle technieken en media zijn toegestaan (2D, 3D, kleding, bewegend beeld, performance etc.) 

  • Onderzoek jezelf. Kijk hoe andere kunstenaars dit doen. 
  • Visualiseer je ideeën in verschillende media, technieken, vormen, materialen etc. 
  • Denk goed na over wat je wilt communiceren. 
  • Documenteer je proces zodat de stappen zichtbaar zijn. 

Vragen die je jezelf kan stellen tijdens het maakproces: Wat kenmerkt je? Uiterlijk en innerlijk? Wat voor verschillende kanten en uitingen heb je? Hoe zie je jezelf? Hoe voel je over jezelf? Hoe verhoud jij je tot anderen en de wereld? Wat zegt je leefwereld en omgeving over jou? Kan jij je eigenschappen, meningen, overtuigingen of interesses laten zien? Hoe kan je jezelf op een niet-letterlijke manier uitbeelden? Moet het werk 2D zijn, of kan het ook 3D zijn, of zelfs geluid of bewegend beeld? Hoe gaan andere kunstenaars en vormgevers om met deze onderwerpen? 

5. Add-on 

We maken gebruik van allerlei gadgets, voorwerpen en applicaties die onze levens makkelijker, efficiënter of gewoon leuker maken. 

Ontwerp en maak een add-on (toevoeging). Iets dat een persoon het vermogen geeft iets te doen wat zij anders niet zouden kunnen. Dit kan een artificieel lichaamsdeel zijn, of een toevoeging/interventie voor een product of ruimte. Alles wat verbetering of vooruitgang creëert. Het kan organisch zijn, fysiek, mechanisch, digitaal of virtueel. Alles kan. Je kunt deze add-on maken of het op een andere manier visualiseren. 

  • Onderzoek verschillende soorten add-ons? 
  • Gebruik verschillende materialen. Toon lef in je uitvoering. 
  • Documenteer je proces zodat de stappen zichtbaar zijn. 

Vragen die je jezelf kan stellen tijdens het maakproces: Wat is de meerwaarde van een add-on? Wat is de functie van het lichaam of een specifiek deel ervan? Hoe verhoudt een lichaam zich tot de wereld? Wat ontbreekt er in de wereld? Wat kan er beter of heeft vooruitgang nodig? Wat zou het leven makkelijker maken? Tot wat voor eigenschappen of vaardigheden zou je toegang willen hebben? 

Let op: Wees je bewust van ableism. In de kern is ableism geworteld in de veronderstelling dat mensen met een handicap moeten worden 'gerepareerd' en worden mensen gedefinieerd aan de hand van hun handicap. Terwijl die mensen dat zelf wellicht heel anders ervaren en zich niet minder voelen.